Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje

Woorden die we wisten

Auteurs:   Dirk Geirnaert  |  Roland de Bonth


Paperback, 12,5 x 20 cm, 144 pagina's, zwart-wit, Nederlands,

€ 12,50
Gratis verzending binnen NL vanaf €19,90. Vandaag voor 16.00 uur besteld, volgende werkdag in huis

Komt een klimaatschieter op gewelddadige wijze op voor het milieu? Is een dwangzoen een typisch gevalletje #MeToo? En zijn kastelen in Spanje echt een bezoekje waard?

De woorden klimaatschieter en dwangzoen uit de titel doen modern aan, maar het zijn termen die het Nederlands niet meer kent. Ze zijn door de tijd uit onze taal gewist, net zoals de uitdrukking kastelen bouwen in Spanje. Dat geldt ook voor asvijster, dobbelschool, jeukstaart, venusjanker en de andere woorden die in dit boekje behandeld worden. Ooit woorden waarvan we wisten wat ze betekenden, maar die nu vergeten zijn.

De samenstellers van dit boekje zijn als historisch taalkundigen verbonden aan het Instituut voor de Nederlandse Taal. Op toegankelijke wijze gaan zij in op de betekenis en herkomst van vergeten woorden en uitdrukkingen, en op de soms merkwaardige gebruiken die daarmee samenhangen.

Tags:  geschiedenis  taal 


Reacties

Het boekje van Geirnaert en De Bonth bevat ongeveer 75 woorden die in het moderne Nederlands in onbruik geraakt zijn. In enkele gevallen bestaan ze nog wel, maar hebben ze een compleet andere betekenis gekregen, zoals sollen en vozen.
In andere gevallen kun je niet meer uit het woord afleiden wat het betekend heeft, zoals amerij of huikefaak. Maar het komt ook voor dat de betekenissen van de samenstellende delen nog wél bekend zijn, maar ze op gespannen voet staan met elkaar. Zo blijkt de klimaatschieter uit de titel het tegendeel van een 21e-eeuwse klimaatactivist; het was – vooral in het taalgebruik van Nederlanders in het voormalige Nederlands-Indië – “iemand die lekker in zijn luie stoel lag om van het zonnetje te genieten”.
Vooral bij die vergeten samenstellingen kun je de fantasie de vrije loop laten. Een wereldwijf was bijvoorbeeld geen tof mens, maar – je raadt het al – een wereldse vrouw ofwel een prostituée. En wat zou plasdank zijn, een schrikschoen, een futselboek of een boekenbeer? Wanneer was je een overvlieger, en wie hadden er toegang tot een vrouwentuin? Je kunt je er van alles bij voorstellen. Het lijkt wel poëzie.

Ingrid Glorie op www.voertaal.nu