Edwin KaatsBijna geen enkele organisatie zit op een eiland. In deze tijd is dat vrijwel onmogelijk. Je hebt elkaar nodig, wil je nog wat betekenen. Maar hoe kun je gezamenlijk als groep, in een keten, met partners, in een netwerk, in een alliantie, beter de individuele én gezamenlijke doelen bereiken dan ieder voor zich?
De besturing en onderlinge verhoudingen binnen een groep kennen een geheel eigen dynamiek. Het gaat over het vrijwillig loslaten van ?beetjes¹ autonomie in de verwachting dat het loslaten voordelen oplevert. En als je dan gaat samenwerken, hoe kom je dan tot de keuze voor de beste vorm van die samenwerking en hoe organiseer je een samenwerking zodanig dat deze constructief is? Ervaringen met samenwerkingsverbanden leren ons dat het succes ervan in hoge mate samenhangt met de vaardigheden van de mensen en de organisaties die deelnemen aan een samenwerking. Hoe organiseren we onszelf zodanig dat we onze samenwerkingsambitie ook kunnen waarmaken? Deze drie onderwerpen groepsvorming, alternatieve samenwerkingsvormen, en samenwerkingsvaardigheid staan als kernthema¹s voor bestuurders, managers en professionals centraal in dit boek.
De auteurs zijn werkzaam als adviseurs en managers bij het organisatieadviesbureau Twynstra Gudde. Zij raakten gefascineerd door vraagstukken waar zij bij betrokken raakten op het gebied van samenwerking en zijn op zoek gegaan naar literatuur én best practices, niet alleen in Nederland maar ook daarbuiten. Het resultaat is een boek dat bestuurlijk en managerial bruikbare en hanteerbare handvatten bevat voor het succesvol initiëren en onderhouden van samenwerkingsrelaties.
1 Introductie 13
1.1 Aanleiding voor dit boek 13
1.2 Het centrale thema 16
1.3 Een ontluikende 'body of knowledge' 17
1.4 Welke lezers willen wij aanspreken 18
1.5 Hoe is het opgebouwd 19
2 'Organiseren tussen organisaties' gepositioneerd 21
2.1 Een oud fenomeen dat nieuwe betekenis krijgt 21
2.1.1 Het private domein: van T-Ford naar Smart 21
In dit boek richten de drie auteurs zich op aspecten van samenwerken. Terecht stellen zij dat vooral grotere organisaties in de dagelijkse praktijk te maken hebben met (tal van) andere organisaties. Je niet bemoeien met hetgeen er zich buiten de eigen organisatie plaatsvindt, staat gelijk aan isolement. Maar hoe vind je de juiste partners waarmee samengewerkt kan worden? Zijn de beoogde partners wel deskundig en betrouwbaar? Deze en vele andere relevante vragen worden beantwoord in dit werk: positie kiezen, spelregels, functioneel, verkennend of ondernemend samenwerken, ambitieniveau, strategie, deskundigheid enz. Het boek bevat bruikbare aanwijzingen en invalshoeken, o.a. aan de hand van praktijkvoorbeelden. Belangrijk zijn ook aanwijzingen hoe veranderingsprocessen te bewerkstelligen en managers bewust te maken van de noodzaak tot samenwerken. In beginsel geen gemakkelijk boek, maar voor grote organisaties van groot belang. Behalve voor grotere ondernemers is dit boek ook nuttig voor studerenden in organisatie- en bedrijfskunde.
(Biblion recensie, R.J. Blom)