Tijdens de crisis van 1929 lieten wij ons ook niet kisten
Boek Van de Week in Trouw
30 minuten besproken in OVT / VPRO, Radio 1
De kredietcrisis houdt ons al maanden bezig. Want, geloven we, het ergste moet nog komen. Verwend als we zijn, maken we ons zorgen, veel zorgen. Dat een vorige generatie heel anders met het verschijnsel crisis omging, blijkt uit het nieuwste boek van de historicus Han van der Horst. Schep vreugde in het leven, ook al is er crisis. Dat is de les uit de jaren dertig.
Een geschikter moment om een gezellig boek te schrijven over de Grote Depressie is eindelijk niet denkbaar. We verkeren al maandenlang in een onzekere stemming, en wachten op de grote finale van de kredietcrisis die tot op heden nog maar niet echt komen wil. Maar dat ‘het minder’ gaat, dat er talloze werklozen bijkomen, dat de huizenmarkt blokkeert; het is allemaal ontegenzeggelijk waar. Het kopie omlaag en hopen dat over gaat, is de natuurlijke reactie. En van een sterke overheid, zeggen de critici, is ook niet echt sprake, alleen Wouter Bos maakte aanvankelijk de indruk op zijn eigen wijze in de traditie van Colijn te stappen -- door daadkracht en vertrouwen uit te stralen.
Maar verder is het zoeken naar optimisme. Dat was wel eens anders in tijden van crisis leert het foto- en leesboek van de historicus Han van der Horst over de grote crash van eind jaren twintig, die doorwerkt tot in de jaren dertig. ‘Schep vreugde in het leven. Zet de zorgen aan de kant’, heet het boek naar het liedje dat Lou Bandy in de jaren dertig olijk als altijd en met onafscheidelijk strohoedje op zong voor de radiomicrofoon. Wat Van der Horst wil schenken is geestelijke steun in barre tijden. Dat blijkt ook uit de ondertitel van zijn boek: Levenslessen uit de Grote Depressie.
Wat die levenslessen zijn? In elk geval dit: houdt moed. Want, als er iets duidelijk wordt uit dit prachtig en rijkelijke geïllustreerde boek, is het dat de jaren dertig ondanks de economische malaise niet zijn af te doen als een treurige periode, waarin een soort collectieve moedeloosheid over het vaderland kwam. Natuurlijk er waren lange rijen werkelozen voor de beruchte stempellokalen, er was het vernederende fietsplaatje voor de fietsende werkloze en er was het oproer in de Jordaan van arbeiders die in verzet kwamen tegen hun sociale ellende.
Maar er waren ook oplossingen. De gemeentelijke werkverschaffingsprojecten bijvoorbeeld die toen nog konden omdat elke werkeloze Nederlander zogezegd ‘gewoon’ inzetbaar was. Er was een actieve overheid die extra bruggen liet bouwen, en die extra accijns op de jenever hief ten behoeve van het economische herstel. En er was Colijn die het met zijn harde guldenpolitiek nog helemaal niet zo gek deed.
Maar belangrijk nog was misschien de algemene mentaliteit. Nederland was niet kapot te krijgen, leerde zowel de katholieke als de protestantse zuilen. En ook de sociaal-democratie ‘geloofde’ in het vaderland. Schouders eronder jongens, dat was hoe men toen in Nederland dacht. En verder was er een soort acceptatie van de crisis. Vooral ook bij de eenvoudige Nederlanders -- de arbeiders en kleine middenstanders – die niet verward moet worden met lethargie. Hoe zong die andere beroemde entertainer uit die tijd, Louis Davids, het ook weer? ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent dan word je nooit een kwartje.’
Jos Palm, redacteur OVT