
Met hun verlichte etalages veranderden Duitse winkeliers als P&C, Kreymborg, Hunkemöller, C&A en V&D het aanzien van de negentiende-eeuwse stad.
Winkelen werd vrijetijdsbesteding. Er kwamen noviteiten als etalages die per seizoen van inrichting wisselden. Anton Sinkel met zijn gelijknamige zaak in Utrecht was een van de voorlopers.
In de winkel van Sinkel is alles te koop gaat over voorlopers en achterblijvers. Over winkels en beroepen die niet of nauwelijks meer bestaan. Over winkelinterieuren uit de jaren vijftig van bijvoorbeeld de Bijenkorf, Vroom & Dreesmann en Maison de Bonneterie uit 1889 om er maar een paar te noemen.
In de winkel van Sinkel is alles te koop geeft via 180 foto's en verhalen ook een beeld van de kleine zelfstandigen met bijvoorbeeld een hoeden- of kledingzaak, een slagerij of bakkerij. Waar dienstbaarheid en service hoog in het vaandel stonden en waar werk werk was. En je was wat je deed?
Er zit een gat in de tijd
Even boodschappen doen
Niks te makken, altijd poffen
De stoomboot gemist
Allochtonen, immigranten en het winkelen in Nederland
C&A
De winkel van Sinkel
Nog meer Duitschers
Vroom & Dreesmann
Peek & Cloppenburg
Kreymborg
Hunkemöller
Een kolonie van Duitsers
Magazijn de Bijenkorf
Gerzon
Maison de Bonneterie
HEMA
Perry, Van der Kar en Sporthuis Centrum
En de Nederlanders?
De dagelijkse boodschapjes
De Coöp
De Gruyter
‘De toekomstfantasie zelfbedieningswinkel heeft voor haar geen charme’
Albert Heijn
EDAH
Simon de Wit
Jamin
Wie lette er écht op de kleintjes
Schaarste en overvloed
Nu en straks
Meer weten over de geschiedenis van het boodschappen doen?
(NBD|Biblion recensie, Redactie)
De geschiedenis in woord en vooral beeld van het boodschappen doen, winkelen, de winkel als concept en van een aantal bekende winkel- en warenhuisketens zoals V & D, Albert Heijn, De Gruyter, C & A, de Bijenkorf, Hema (Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, waar alles ooit een of twee kwartjes kostte), Peek en Cloppenburg enzovoort. Winkelen leerden we van de Duitsers. Duitse migranten als Sinkel, Dreesmann, Hunkemoller, Clemens & August (C & A) Brenninkmeijer, Peek en Cloppenburg, Cohen-Wittgenstein (de Bonneterie) en Kreymborg stichtten in de negentiende eeuw de eerste grootwinkelbedrijven in Nederland. Nette winkels met vaste prijzen waar je vrij kon rondkijken, (verlichte) etalages die per seizoen wisselden. Tot dan toe ongekend in Nederland. Anton Sinkel opende in 1822 in Amsterdam de eerste. In 1948 kwam naar Amerikaans voorbeeld de eerste zelfbedieningswinkel, de welvaart in de jaren zestig en de migratiegolven brachten een veranderend consumptiepatroon en dus ook veel veranderingen in de winkelbranche. Met literatuuropgave en beeldverantwoording. Een bijzonder aardig en informatief, aantrekkelijk in klein vierkant formaat uitgegeven boekje, geillustreerd met 180 foto's in kleur en zwart-wit uit het Spaarnestad Photo Archief.