
Nederland was het eerste land ter wereld met een radio-omroep. Op 6 november 1919 verzorgde de zender PCGG van Hans Idzerda de eerste radiouitzending vanuit de Haagse Beukstraat. Het kleine groepje mensen dat toen over een zogenaamd radio-ontvangtoestel beschikte, hoorde het toepasselijke lied Turf In Je Ransel. De pioniersfunctie van Idzerda werd halverwege de jaren twintig overgenomen door de nieuwbakken omroepverenigingen. Zo begon de NCRV op 24 december 1924 met zijn eerste uitzending. Bescheiden uitzendingen van twee uur op de woensdagavonden via de zender van de Nederlandse Seintoestellenfabriek in Hilversum (een dochter van de Philips Gloeilampenfabriek). Het waren de producenten van radiotoestellen en grammofoonplaten die de radio omhoog hielpen in de vaart der volkeren. In het begin van de jaren vijftig kregen de fabrikanten echter een andere liefde: de televisie. En met de komst van de beeldbuis begon de neergang van de radio. De glorieperiode van de radio heeft niet lang geduurd maar wel veel moois opgeleverd. Programma’s als Moeders Wil Is Wet, De Bonte Dindagavondtrein, de Showboat, Negen heit de klok, Het hangt aan de muur en tikt, de familie Doorsnee en de hoorspelen met Paul Vlaanderen trokken ontelbare luisteraars. De opkomst van de radio komt in deze uitgave weer tot leven.
Gebonden met foam | ca. 220 pagina's | Kleur: zw/w en kleur | Taal: NL | Afmetingen: 16 x 16 cm | ISBN: 9789055946549